Vale gieren spotten in de Vercors

5-daagse bivaktocht van Vassieux-en-Vercors naar La Chapelle-en-Vercors

De Vercors staat vooral bekend als sneeuwschoenbestemming maar ook in de zomer heeft het gebied veel te bieden. Het kalksteenplateau is sinds 1985 beschermd als natuurreservaat en maakt deel uit van het grotere Parc Naturel Régional du Vercors.
Een tocht over en langs het plateau is opvallend gevarieerd. Vale gieren die langsvliegen terwijl je op de rand van de Hauts Plateaux uitkijkt over de omgeving. Alleen daarvoor moet je gewoon eens afzakken naar dit stukje middelgebergte.

Plan Montagnard

Vassieux-en-Vercors, een rustig dorpje temidden velden en akkers op het hoogplateau van de Vercors. Les années noirs staan nog steeds in het geheugen van de inwoners gegrift. Aan het nobele ‘Plan Montagnard’ van de maquisards werd abrupt een einde gemaakt op 23 juli 1944. Niet enkel verzetstrijders werden een kopje kleiner gemaakt, maar ook de steun van de plaatselijke bevolking werd letterlijk de kiem ingesmoord. Duitsers maakten het dorp gelijk met de grond.

Uitzicht over het plateau bij de klim naar Col de la Chau

Via een smal stijgend pad bereiken we Col de la Chau waar een Musée du Résistance aan deze zwarte tijd is gewijd. Een appollovlinder spreidt zijn vleugels in het gras.

We trekken verder zuidwaarts tussen de naaldbomen van het Forêt Communale. Een wespennest ligt op het pad, herkenbaar aan zijn papiervormige structuur (herkauwd hout). De eitjes bewegen nog.

Door een beukenbos richting Pas Bouillanain

In plaats van de brede Grande Traversée du Vercors, kiezen we voor de GR93 die ons over de kale Crête des Gagères leidt. Wat verder maakt het gras plaats voor rijzige beukenbomen. Nabij Pas Bouillanain strijken we neer voor de lunch. Vanop de westrand van het Vercorsplateau kijken we de diepte in. Enkel het dal is in cultuur gebracht, de steile bergflanken zijn nog dichtbebost.

Uitzicht vanop de westrand van het plateau

We dalen af en tanken water aan de Fontaine du Plainet. Daarna gaat het terug omhoog naar de zuidrand van de hoogvlakte. Vanop de But de l’Aiglette zien we een groep vale gieren de termiek opzoeken. De rotsen worden door de zon opgewarmd waardoor er warme lucht langs de bergwand opstijgt in de vorm van ‘bellen’.

De vale gier spoort al vliegend karkassen van dieren op en heeft dan ook een uitstekend gezichtsvermogen. Een gier die opeens van richting verandert of neerstrijkt, wordt van grote afstand opgemerkt. In korte tijd zijn alle gieren ter plaatse. Hij is vooral geïnteresseerd in de zachtere delen zoals spieren en ingewanden. Door zijn lange veerloze nek kan hij diep in het kadaver steken.

Foto van een vale gier

Doordat in zuidelijk Europa sinds januari 2007 landbouwers ingevolge EU-richtlijnen geen karkassen meer mogen laten liggen op hun land, heeft de gier meer moeite om voedsel te vinden. Soms trekken de gieren naar andere gebieden op zoek naar voedsel, dit is de reden dat de vogel tot in België en Nederland voorkomt als dwaalgast.

Aan de zuidrand

Bij de Rochers de Chironne volgen we de bergkam terug noordwaarts, richting de gelijknamige col. Voorbij de bergeries, wat hogerop in de wei, vinden we een bivakplaats met zicht op de But de Nève.

Grand Veymont in de verte

Na het eten worden we verrast door een kudde schapen. De herder drijft ze tussen de tenten. Een patou, Pyreneeëse herdershond, blaft ons toe. We wagen ons niet dichterbij. Hij beschermt de kudde. Als pup groeide hij op tussen de schapen en beschouwt hen dan ook al zijn familie.

Een schapenkudde komt voorbij

Als we water halen bij de herdershut, maken we een praatje met de herdersvrouw. Ongeveer de helft van het jaar zijn ze met het hoeden van schapen bezig, 1.300 zijn er nu al op het plateau en het aantal wordt verhoogd tot misschien 2.000. De andere helft van het jaar werkt de herder in de wijnvelden van Die.

Langs de bronnen van de Vercors

De ochtendzon wekt ons. We trekken verder via de GR93 richting Col de Rousset, onderlangs het plateau. Een stenig plateau leidt ons langs een kalkwand naar de autoweg die zich in brede haarspeldbochten naar boven wringt.

Naar Col de Rousset

Tot en met de eerste helft van de 19de eeuw was het plateau enkel te voet bereikbaar. De ontoegankelijke hoogvlakte kreeg dan ook de bijnaam ‘Forteresse’. Toen vanaf 1850 het toerisme op gang kwam, werden wegen aangelegd in de gorges waar rivieren zich diep het kalksteen in hebben geslepen.

We laten het skioord links liggen en traverseren de helling. Het gaat steil omhoog over grassige pistes naar een oriëntatietafel. De contouren van de Grand Veymont zijn duidelijk zichtbaar. Een vale gier komt plots vanuit de diepte. Zijn witgrijze kraag kunnen we bijna aanraken. Een kippenvelmoment.

We wandelen verder langs de GR93 via de But Sapiau naar de Pas de l’Echelette.

We wandelen verder langs de GR93 via de But Sapiau naar de Pas de l’Echelette. De zwarte vanille-orchis nodigt uit om eens te ruiken. We laten de skiliften achter en stappen over het golvende plateau richting Cabane de Pré Peyret. Bergdennen staan verspreid in het grasland.

Over het plateau naar Cabane de Pré Peyret

In de onbemande hut ligt er op de middag nog iemand te slapen. We vullen ons water bij de bron. Het debiet is magertjes en het is nog maar het begin van de zomer. Op dit kalksteenplateau moet het geregeld eens regenen want het water sijpelt gemakkelijk tot diep in de ondergrond.

We zetten koers via de Plain de la Queyrie naar de Pas de Bachasson aan de oostzijde van het plateau. Een groene golvende vallei met in het midden een eenzame den. Edelweiss groeit langs het pad.

Een Romeinse steengroeve

Een oude Romeinse groeve ligt tegen de flank aan. Een halve kalkstenen zuil verwijst naar zijn verleden. De stenen en zuilen die hier met veel moeite werden uitgehouwen, moesten 18 km ver en 1200 meter steil bergaf worden getransporteerd om ze op de bouwplaats in de stad Die, het vroegere Dea Augusta, te krijgen.

Plain de la Queyrie

De steengroeve ligt aan een oude voetweg die de kortste verbinding vormt tussen Grenoble en Die, en die in de loop der tijden frequent gebruikt werd door handelaars. Deze weg wordt ook wel de Route du Vin, de wijnroute, genoemd. Ook de naam van de nabijgelegen Pas de la Selle (zoutpas) verwijst nog naar die handelsroute, terwijl de Pas des Bachassons (pas van de waterbakken) naar de enige bron in deze omgeving leidt.

Fontaine de Bachasson

Onze watervoorraad wordt opnieuw aangevuld aan de Fontaine des Bachasson want er is geen bron bij Cabane des Aiguillettes. We zetten de bivak op nabij de schuilhut aan de voet van de Grand Veymont.

Balcon est

Behoedzaam klimmen we naar de hoogste top van het plateau. Het rotsige pad slingert omhoog. Steenbokken liggen te zonnen op de steile bergflank.

Mont Aiguille

De Mont Aiguille komt tevoorschijn, een imposante ‘getuigenheuvel’ die door erosie is afgezonderd van de rest van de hoogvlakte. Op de Grand Veymont kijken we uit over een woelige wolkenzee en de Alpen aan de horizon.

Oostelijke rand van het plateau

Een dikke kalkstenen laag zoomt de oostzijde van het plateau af, als een halskraag. Het is grillig ingesneden en variërend getint in wit, grijs of oranje. Als we afdalen naar Pas de la Ville lossen de wolken stilaan op en zien we de steile, dichtbeboste flanken neerduiken naar een zacht glooiend landschap met weiden, akkers en stille dorpjes. Vanop de rand van dit uitgestrekte stenen altaar lijkt alles klein en onbeduidend.

Diep beneden ons liggen enkele dorpjes

Langs de ‘Balcon Est’ lopen we onderlangs de machtige rotsengordel van de Vercors. Door het veranderende zeeniveau werden de ene tijd meer schelpen afgezet en dus kalksteen gevormd, en de andere tijd werd vooral het zachtere mergel opgestapeld door erosiemateriaal van de bergen die de zee instroomt. De afwisselende lagen werden opgeheven en zorgen dat de rand van het plateau trapsgewijs is opgebouwd.

Langs de Balcon Est

Het pad loopt boven de boomgrens door bebloemde weiden en puinhellingen. We klimmen terug omhoog naar Pas de Berrièves. De uitgestrekte hoogvlakte ligt opnieuw aan onze voeten. Ook hier een gedenkteken aan de gesneuvelde ‘camisards’.

Lapiaz

We dalen af tussen lapiaz, een karstverschijnsel typisch voor dit poreuze landschap. Zodra de beschermende bodem verdwenen is, wordt het kalksteen aangetast door het zure regenwater (chemische verwering) en door vorst, waardoor kleine scheurtjes en openingen stilaan uitgroeien tot spleten en kloven. Het doet denken aan een gletsjer maar dan in steen, uiterst verraderlijk als er een dunne laag sneeuw op ligt.

Zonsondergang

We bivakkeren nabij de noordelijkste Fontaine du Play, aan de rand van een open gebied. Na nog wat spelen met kaart en kompas, komen we tot rust. We laten de stilte over ons heen spoelen en genieten van een kleurrijke zonsondergang.

Gras, dennen en karst

Vandaag blijven we op het plateau. Op de kaart lijkt het een erg monotoon landschap maar wat me op voorhand een saaie etappe leek, blijkt uiteindelijk gevarieerder dan verwacht.

Jasse du Play

We maken enkele zijsprongetjes zoals naar de verlaten herdershut van Tiolache du Milieu die in onbruik is geraakt met de teloorgang van het ‘pastoralisme’. Net als in andere gebieden in Frankrijk zijn veel van deze ‘estives’, zomerweiden voor schapen of koeien, verlaten.

Naar Bergerie de Darbounouse

In de ondiepe Canyon des Erges groeien planten die het liever wat vochtiger houden. Het is er voelbaar frisser. Bij de Bergerie de Darbounouse komen we het dichte dennenbos terug uit en kijken we over een weidse groene vlakte.

De contouren van het plateau

Noordwaarts gaat het naar de Fontaine de Coinchette. Het duurt eventjes voor we de bron terugvinden ‘in the middle of nowhere’. Als we het luik openen temidden de lapiaz zien we dat het water verrassend hoog staat. Wat zuiveren lijkt me nodig om dit water drinkbaar te maken.

Fontaine de Coinchette

Vandaag slapen we in de Auberge de Roybon waar we ons meteen nestelen op het zonnige terras. Wat later is het alle hens aan dek als een jacuzzi moet worden geïnstalleerd. Na het harde labeur worden we helaas niet getrakteerd op een deugdoend bad. Dan maar een douche om het hardnekkige zweetlaagje af te spoelen. Na een copieus avondmaal en wat génépi kruipen we ons nest in.

Terug naar de beschaving

Door het bos dalen we af naar Tourtre. In dit landbouwgebied voelen we dat de beschaving terug heel dichtbij is. De route van de Grande Traversée du Vercors leidt ons terug naar la Chapelle-en-Vercors.

Terug naar La Chapelle-en-Vercors

Conclusie

Een prachtige tocht die goed doenbaar is voor beginnende hikers. Een stuk gevarieerder dan verwacht met prachtige uitzichten aan de rand van het plateau. Veel kans om vale gieren en steenbokken te zien, en allerlei wilde bloemen en planten. Een aanrader.

PRAKTISCHE INFO

BEREIKBAARHEID

We reden met de auto via Grenoble naar la Chapelle-en-Vercors. Omdat we met een grotere groep waren, lieten we één auto staan in Vassieux-en-Vercors en haalden die dan op aan het eind van de tocht.

Openbaar vervoer op het plateau zelf is er quasi niet. Wie met een openbaar vervoer reist, kan wel gebruik maken van beltaxi’s (mits het voorleggen van je vervoersbewijs). Om in Vassieux-en-Vercors te geraken of vanuit la Chapelle-en-Vercors terug te gaan, kan je volgende reisroute nemen:

KLIMAAT & BRONNEN

De Vercors biedt zowel in de winter (op sneeuwschoenen) als in de zomer mogelijkheden voor een trektocht. Het kan best warm worden tijdens juli en augustus. Begin juli was het nog erg rustig omdat de schoolvakantie voor het grootste deel van Frankrijk nog niet begonnen was.

Juni en begin juli lijkt me de beste periode om er rond te trekken omdat het debiet van de bronnen in de loop van de zomer steeds kleiner wordt, tenzij het serieus gaat regenen natuurlijk. Je kan de stand van het debiet per bron volgen op www.vercors-gtv.com/PDF/info_sources.pdf. Enkele bronnen zijn debietzeker. Bronnen die niet in deze lijst voorkomen maar je bijvoorbeeld op de kaart nog terugvindt, staan vaak al droog. Je bekijkt de stand van zaken best net voor je vertrekt nog eens zodat je eventueel je route kan aanpassen. Veel bronnen zijn er namelijk niet.

Het plateau ondervindt diverse weersinvloeden. Het weer kan dus erg variabel zijn. Volg de voorspellingen op http://france.meteofrance.com/. Bij onweer vermijdt je best de hogere delen en de rand van het plateau.

KAARTEN

We maakten gebruik van de Franse IGN-kaarten (1:25.000):

  • 3136 ET: Combe Laval
  • 3236 OT: Villard-de-Lans

BEWEGWIJZERING EN AARD VAN PADEN

Deze route is een aaneenschakelijk van bestaande routes en onbewegwijzerde paden. Er lopen diverse GR- of regionale paden door het gebied, deze zijn ook op de kaart aangeduid. Meer informatie op http://parc-du-vercors.fr/fr_FR/vivre-et-sejourner-2122/activites-nature-1115/les-itineraires-de-randonnee-1402.html (onder GTV en GR).

De routes zijn relatief goed bewegwijzerd. Als je afwijkt van de bewegwijzerde paden zal je merken dat het op het plateau niet eenvoudig is om je te oriënteren. Het is dan nodig om zowel met kaart als kompas te kunnen omgaan. Zeker in de winter wordt het nog moeilijker omdat je dan niet meer over een uitgetreden spoor kan lopen. Een GPS is aan te raden want bij mist heb je heel weinig herkenningspunten.

De paden zijn eenvoudig. Enkel bij de beklimming van de Grand Veymont is het iets technischer wandelen, waardoor de route in de winter toch een stuk moeilijker wordt, zeker vanaf de zuidzijde die erg steil is en me enkel met stijgijzers doenbaar lijkt.

OVERNACHTING

Op het plateau vind je enkel onbemande hutten. Ze zijn redelijk klein en naar verluidt hebben sommige ook last van muizen. Meer informatie over de hutten vind je hier: http://www.refuges.info/nav/massif/4/vercors/ (zoom in op het overzichtskaartje en klik op de hut).

Wildkamperen is toegelaten voor één nacht. Wij bivakkeerden voornamelijk maar de laatste nacht sliepen we in Auberge de Roybon: http://www.aubergederoybon.fr/. Lekker eten. Enige nadeel hier is dat de dortoir in een zolderverdieping ligt die niet afgesloten is van de eetzaal. Als je vroeg in bed kruipt, zal je dus nog even mogen luisteren naar het gekeuvel beneden. Het is dus aan te raden in de kamers te overnachten.

Wie in bemande hutten of hotels wil overnachten, zal het moeilijker vinden om een meerdaagse route uit te stippelen. Daguitstappen maken lijkt me het eenvoudigste. Aan de oostzijde van het massief kan je afdalen naar de dorpen aan de voet van het plateau vb. Gresse-en-Vercors. In de dorpen op het plateau (Vassieux en La Chapelle) vind je ook accommodatie.

BEVOORRADING

Langs de beschreven route is geen bevoorrading mogelijk. Opnieuw geldt hetzelfde als bij de overnachtingen. In de vermelde dorpen vind je winkeltjes.

LINKS

De website van het Parc Régional: http://parc-du-vercors.fr/fr_FR/index.php

Een ander tochtvoorstel vind je hier: http://users.skynet.be/debbekes/Rando_Vercors_DS.pdf. Deze heb ik gemaakt in kader van mijn opleiding tot Accompagnateur en Montagne en is dus in het Frans. Er staat wel alles in dat je nodig hebt van informatie.

Een filmpje van een wintertocht van Steve en Katrijn op het plateau vind je hier: http://patagoniandreams.com/2012/01/07/undulating-snow-on-the-vercors-plateau-french-alps/.

Voor andere winterervaringen ga je best te rade bij Willem Vandoorne of Joery Truyen

BOEKEN

Enkele publicaties van het regionale park (uitgeverij Glénat):

  • À la découverte du Vercors, Parc naturel régional: algemene gids met tal van weetjes, interessant als je het park beter wilt leren kennen.
  • Guide de la faune du Parc du Vercors: allerlei dieren worden hier uitgebreid beschreven en 13 tochtvoorstellen.
  • Guide de la flore du Parc du Vercors: allerlei planten die te zien zijn, de beschrijving is wat minder, 10 tochtvoorstellen.

12-13 mei: Infoweekend zomertrekking in Maillen

Bij Bergsport Oost-Vlaanderen vzw organiseren we diverse opleidingen voor bergsporters. Dit infoweekend is op maat gemaakt van beginnende hikers die tips willen opdoen. Hieronder vind je meer info.

Je wilt je eerste meerdaagse tocht ondernemen maar je zit met tal van vragen. Wat neem ik mee? Waar kan ik naartoe? Mag ik mijn tentje overal zetten? In welke hutten kan ik overnachten? Of je hebt al wat een eerste trekkingervaring achter de rug maar je kan nog wat tips en tricks gebruiken voor je volgende plannen.

Tijdens dit infoweekend delen drie ervaren trekkers hun ervaringen:

  • Willem Vandoorne trok als jonge twintiger de Pyreneeën over van west naar oost (http://pyreneeenoversteek.wordpress.com/) en heeft een nieuw project op stapel staan dwars door Scandinavië: http://transscandinavia.wordpress.com/
  • Joery Truyen is zonder meer ‘hors categorie’. Hij trok al diverse keren solo de Alpen en Pyreneeën in en deed al diverse tochten in Scandinavië en Groenland. Zijn site: http://dzjow.wordpress.com/.
  • Debbie Sanders reist naar alle hoeken in Europa voor bergtochten, vaak met de tent maar ze durft ook al eens een huttentocht doen. Ze begeleidt al diverse jaren groepen in de Ardennen en daarbuiten. Haar site: http://www.debbiesanders.be/.

Thema’s die aan bod komen:

  • Kiezen van een goede regio en het juiste seizoen
  • Voorstelling van diverse wandelregio’s in Europa
  • Basisprincipes van het kaartlezen: dit zullen we tijdens een wandeling oefenen
  • Opstellen van een goed tochtplan
  • Voeding (er worden diverse trekkersmaaltijden geproefd tijdens het avondmaal)
  • Branders
  • Kledij en bergschoenen
  • Tent, slaapmat en slaapzak
  • Rugzak en draagtips
  • Staptechnieken: op zondagnamiddag gaan we bij Les Grands malades in Namen op diverse soorten terrein gaan oefenen

Er wordt op zaterdagavond tijd voorzien om concrete plannen en vragen van de deelnemers te bespreken.

Inschrijven bij debbie@bovl.be. Maximum 20 deelnemers. Deelnameprijs is €30 voor organisatie, cursusmateriaal, overnachting op bivakterrein (€3,5 toeslag indien overnachting in kamer, max. 6 plaatsen beschikbaar) en een walking diner met droogvoeding op zaterdagavond.

Lidmaatschap van de Klim- en Bergsportfederatie is wel nodig. De voordelen van een lidmaatschap vind je hier: http://www.klimenbergsportfederatie.be/internet/lidmaatschap/voordelen.php. Je bent dan meteen goed verzekerd voor je trekkings en krijgt ook korting in berghutten en buitensportwinkels.

Nieuwe website

Welkom op mijn nieuwe website. Doordat hiking-info.net ermee is opgehouden, heb ik al mijn verslagen naar deze blog verhuisd. Ook mijn ervaringen in mijn opleiding tot Accompagnateur en Montagne kan je vanaf nu hier volgen.

De trekkingtips verhuizen naar een nieuw project: http://hikingadvisor.wordpress.com. Dit wordt een nieuw platform waar heel wat informatie zal kunnen worden uitgewisseld. Het is nog in volle ontwikkeling en zal later dit voorjaar worden gelanceerd.

Volgende reisverslagen zijn nog in opmaak:

  • Dwars door Snowdonia National Park (Wales)
  • Vale gieren spotten in de Vercors (Frankrijk)
  • Van Ourthe naar Amblève (België)
  • Langs de Eifelsteig van Gerolstrein naar Trier (Duitsland)
  • Winterse ontdekking van de Condroz (België)

Winterstage in Vallée de la Clarée

5-daagse vervolgcursus op sneeuwschoenen

In 2008 volgde ik samen met Ivo een winterstage voor bergwandelaars in Chamonix via de Klim- en Bergsportfederatie. Het was een goede kennismaking met lawinekunde en winternavigatie maar er was te weinig tijd om echt praktijkervaring op te doen.

Als vervolg, wilde ik een echte tocht waarbij ons de nodige zelfstandigheid werd gelaten maar de gids ons kon wijzen op fouten. Daarnaast moest er ook nog ruimte zijn voor leermomenten over lawinekunde en reddingsoefeningen.

Ik sprak Arnaud Dewez aan, die de KBF-cursus ‘touwgebruik en veiligheid’ geeft en zijn eigen gidsbureau PasseMontagne heeft opgestart. Zijn tweetalige vriend Dominique Olbrechts die verantwoordelijk is voor de winteropleiding van de Waalse bergwandelgidsen zou onze begeleider worden. Na een publieke oproep kon ik 4 andere enthousiaste winterwandelaars vinden.

Plaats van het gebeuren is de Vallée de la Clarée, een streek in de Hautes Alpes (Franse Alpen) waar enkel toerskiërs en sneeuwschoenwandelaars welkom zijn.

Kennismaking

De Vallée de la Clarée ligt onder een dik pak sneeuw, zoveel hebben ze volgens de sneeuwberichten van Méteo France in 40 jaar niet gezien. De zon is volop van de partij terwijl het in de noordelijke Alpenregionen aan het sneeuwen is. Dat klinkt als het ideale scenario maar het lawinegevaar krijgt score 3 en is dus niet te onderschatten.

We hebben met onze gids afgesproken in de gemoedelijke gîte d’étape “La Découverte” in Névache. Ons appartement is klein maar fijn. We wisselen onze verwachtingen van de stage uit en bekijken de planning. Daarna mogen we de voeten onder tafel steken. De saus vloeit even rijkelijk als de rode wijn.

Passage délicat
Afstand: 10,5km
Stijgen : 950m, dalen : 435m

Het harde wandelspoor langs de Clarée zorgt ervoor dat we onze sneeuwraketten nog niet hoeven aan te doen. De GR de Pays du Tour du Mont Thabor leidt ons dieper de vallei in. Daarna steken we de rivier over en stappen naar de ondergesneeuwde autoweg. Bij een kapel trachten we tevergeefs beschutting te vinden voor de koude wind.

Vooraleer van start te gaan, doen we een ‘groep-check’ van de lawinebieps. Zowel het zend- als het ontvangstsignaal werken goed, dus kunnen we de steile beklimming naar Chalets de Biaune aanvatten. Zigzaggend volgen we enkele toerski-sporen want daar is de sneeuw verijsd en is het makkelijker lopen.

Klim naar Chalets de Biaune

Uit de luwte van de wind wordt het erg warm. In de blauwe hemel zijn steeds meer ‘Föhnwolken’ te zien, een soort lensvormige wolken die veroorzaakt worden door de Nordföhn. Nabij la Gueyta wordt het toerbrood massaal boven gehaald, die de concurrentie aangaat met de powerbar. Alles wordt doorgespoeld met wat warme thee.

Nabij La Gueyta

Geen siësta in de zon voor ons, maar individuele oefeningen met de lawinebieps. De eerste gaat bergop. Door iets te enthousiast te starten, trap ik al snel op mijn adem. Dan maar wat rustiger aan. Alles gaat vlot. De techniek hebben we allemaal onder de knie, vooral aan de snelheid moet gewerkt worden. De tweede oefening gaat bergaf. Dominique haalt opgelucht adem als Bart mijn tijd nog verbetert.

Op aanraden van de huttenwaard in Névache, volgen we niet verder de GR Pays omdat die een steile en delicate rotspassage inhoudt, maar klimmen verder omhoog. Er komen steeds meer wolken op en een koude noorderwind blaast hard in ons gezicht. Op sommige stukken is de sneeuw volledig weggeblazen en komt de rotsige ondergrond bloot te liggen. We laveren met de sneeuwschoenen tussen de stenen. De inspanningen laten zich ondertussen voelen. Hellingen traverseren met sneeuwschoenen is niet zo eenvoudig. Het zet veel druk op de enkels en vergt concentratie.

Terug langs de GR Pays richting Refuge du Ricou

Af en toe zitten we in de wolken en is het zicht erg beperkt. Daardoor dalen we te vroeg af in de Ravin de la Raoute, waardoor we toch voor de steile passage komen te staan. Tussen twee corniches in, door de wind opgehoopte sneeuw aan de lijzijde van de helling, lijkt er een doorgang mogelijk, maar een helling van bijna 40° schrikken sommigen onder ons af. Er is wat onenigheid over wat we nu best doen (afdalen en de vallei verder volgen of de passage nemen), maar voor we iets kunnen beslissen, is Dominique er al vandoor. Hij laat een touw zakken voor deze die wat hulp kunnen gebruiken. Eén per één pakken we de passage aan. Ik schop de tanden van de sneeuwschoenen zo hard mogelijk in de helling en duw me af. Mijn kuiten verstijven en om de zoveel stappen moet ik even uitblazen.

Het vervolg naar Refuge du Ricou is gelukkig eenvoudiger maar bij Gerlinde gaat het licht uit en ook bij de rest is het beste eraf. Heidi deelt stukjes powerbar uit.

Als de hut in zicht is, valt de duisternis in. De huttenwaard kan niet lachen met onze late aankomst maar we zijn gelukkig nog net op tijd voor het lekkere avondmaal. Aan tafel wordt opnieuw overleg gepleegd en het programma aangepast. We moeten met ieder zijn fysieke conditie rekening houden en bovendien dient er ook voldoende ruimte zijn voor leermomenten. Omdat we de volgende twee nachten in een tent slapen, hebben we wat flexibiliteit.

C’est beau ici, hein!
Afstand: 8,5km
Stijgen : 323m, dalen : 258m

Voor het ontbijt trek ik naar buiten om van de zonsopgang te genieten. De eerste zonnestralen vallen op de besneeuwde Crête de Queyrellin. De wollige hond van de hut vergezelt me. Als ik terug binnenga, is de huttenwaard de kachel aan het opstoken. De anders zo norse man verwoordt mijn gedachten ‘C’est beau ici, hein!’.

Uitzicht vanaf de Refuge de Ricou op Vallée de la Clarée

We dalen via de GR57 af naar de vallei, waar we de ondergesneeuwde weg oppikken die ons dieper de vallei inleidt voorbij het dorpje Laval. Tegen de middag zitten we in Refuge des Drayères, aan het dalhoofd van de Vallée de la Clarée. We zetten de tent op in de open vlakte, terwijl Dominique zijn sneeuwhol uitgraaft. Een muurtje van sneeuwblokken moet de wind afleiden. De sneeuw is erg korrelig en de piketten hebben in het begin weinig houvast tot de sneeuw rond de piketten verijst door het contact met het metaal.

Refuge des Drayères

Daarna kruipen we de helling op om een doorsnede (‘coupe’) te maken van het sneeuwdek. Diverse technieken worden gebruikt om de hardheid en stabiliteit van de lagen na te gaan. De hardheid testen we door er een voorwerp in te duwen, eerst onze vuist, daarna onze vinger en tot slot een potlood. Enkel het laatste gaat er vlot in; de sneeuw is dus best hard.

De stabiliteit proberen we op diverse manieren uit. We snijden enkel stukken door met een touw en testen welke lagen gaan schuiven als je er druk opzet, bijvoorbeeld door met de vlakke hand op een sneeuwschop te slaan die met het blad bovenop het sneeuwdek is geplaatst, of door er op te springen.

’s Avonds zoeken we de warmte van de hut op om ons potje te koken. Het is rustig. We kunnen gebruik maken van een apart vertrekje om ons benzinevuur te plaatsen. Er staat puree op het menu met spek en eigen gedroogde wortelen en bonen.

Paradis
Afstand: 10km
Stijgen : 742m, dalen : 742m

Vandaag hebben we een dagtocht gepland. Gerlinde voelt haar niet zo best en laat de tocht aan haar voorbij gaan. Met z’n vijven zetten we de beklimming in langs de Torrent de Brune. Van de rechteroever gaat het naar de linkeroever en terug. Op de kaart is een skiroute aangeduid richting Col de Névache. Op basis van de hellingsgraad op de kaart leek die ook doenbaar voor wandelaars. Dankzij het heldere weer hebben we weinig moeite om de route te vinden. We zetten de sneeuwschoenen op stijgstand en trekken een spoor naar de col. Achterom kijken we uit op Les Rochilles. Nog wat hoger kijken we over de bergkam heen en zien het massief van de Ecrins liggen. De vergletsjerde top van de Dôme des Ecrins steekt er bovenuit.

Klim naar Col de Névache met het massief des Ecrins op de achtergrond

Van de Col de Névache steken we door naar de Col des Muandes. Eerst gaat het een steil stukje opnieuw naar beneden, en dus zetten we de sneeuwschoenen vast. Daarna traversen we langs de berghelling. De zon doet de sneeuw zacht worden.

Col des Muandes

Nooit gedacht dat ik in de winter op 2820m in het zonnetje zou kunnen lunchen. We kijken uit over de Vallée Etroite waar we enkele toerskiërs zien klimmen. Er is bij iedereen de zin om verder te gaan maar we moeten helaas terug. De afdaling door de Ravin des Muandes is een pareltje. Een panorama van besneeuwde bergtoppen rondom. Losse sneeuw waarin je met de raketten heerlijk in wegzakt.

Terug afdalen naar Refuge des Drayères

Vroeg op de namiddag zijn we terug bij de hut en hebben nog de tijd om een reddingsoefening te simuleren. Eerst geeft Dominique wat tekst en uitleg en daarna trekken we naar buiten. Ik blijk de enige met een GSM en dus mag ik de helikoper bellen. Niet de meest leuke opdracht. Terwijl de andere zich warm houden door met de lawinebieps te zoeken en de slachtoffers op de graven, sta ik te rillen van de kou.

Na afloop vraagt iemand zich af of je met een sonde eigenlijk wel voelt of er iemand onder de sneeuw ligt. We testen het met de nodige voorzichtigheid uit, en voelen duidelijk dat we op iets zachts botsen.

Door de ruime porties die ik heb voorzien, kan zelfs de gids deze avond met gemak mee dineren. De rijstschotel met gedroogde ajuin, paprika’s en vlees glijdt iets beter naar binnen dan de puree dan de dag voordien maar nog heb ik een portie over. Mijn zware overschotjes mag ik terug naar het dal meenemen.

Luxe
Afstand: 14km
Stijgen : 607m, dalen : 767m

We trekken terug naar beneden richting de Refuge Buffère, maar om het interessant te maken doen we nog een ommetje via de Refuge du Chardonnet. Een duidelijk pad leidt naar de Chalets de Queyrellin. Vanaf het kapelletje moeten we opnieuw zelf sporen. We laten wat afstand tussen elkaar omwille van de steile en lawinegevoelige helling boven ons. Ook van benedenuit kan je immers een sneeuwlawine veroorzaken.

Klim naar Chalets de Queyrellin

Crête du Diable en Crête du Raisin kijken imposant op ons neer. Het terras van de berghut is ingenomen door heel wat dagjesmensen.Via een variant van de GR57 gaat het terug bergaf tot la Basse Sausse. Bij Pont du Rately leidt een pittig maar eenvoudig klimmetje naar Refuge Buffère. Heel wat dagjesmensen dalen af naar de vallei. De hut zit vol maar het is er erg gemoedelijk. We genieten van een warme douche en een fris biertje. Deze wintertocht is een luxeversie van wat we normaal doen.

Op weg naar Refuge du Chardonnet

Au secours!
Afstand: 9km
Stijgen : 600m, dalen : 1020m

Als we ’s morgens door het raam kijken, zien we een corona en irisatie van wolken boven de Crête de l’Echaillon. De zonnestralen worden afgebogen op kleine waterdruppels of ijskristallen in de wolken en die zorgen voor diverse kleuren.

In de vallei van de Buffère

Een duidelijk uitgetreden pad in de vallei van de Buffère leidt ons hoger de bergen in. Heel wat minder mensen klimmen naar de Crête de l’Echaillon. Als we voor de helling staan bekijken we de beste route: naar het zadel en vervolgens verder via de graat. Arvid doet nog een ommetje naar een hoger topje, waar de Crête de Cristol aansluit, en Bart en mezelf besluiten te volgen.

Klim naar Crête de l'Echaillon

Op de kaart is geen winterroute aangeduid die afdaalt naar de vallei van le Lac Rond en Lac de Cristol, maar het is praktisch wel mogelijk. Terwijl we aan het lunchen zijn, verrast onze gids ons met een onaangekondigde reddingsoefening. Eventjes twijfelen we of hij het wel serieus meent, maar als blijkt van wel, rapen we snel ons materiaal bijeen en schieten in actie. Terwijl Heidi de hulpdiensten waarschuwt, loopt de rest zigzag de helling af. Drie lawinebieps zijn verstopt en worden allemaal snel gevonden. We zijn geslaagd!

Terug afdalen naar Névache

Terwijl we onze rugzakken opnieuw aantrekken, komen twee raven aanvliegen op zoek naar etensrestjes. De afdaling naar Névache is niet van de poes. Het ondergesneeuwde zomerpad slingert tussen de bomen steil de helling af. Heidi kreunt van de pijn door een scheur in haar bilspier, die ze opgelopen heeft als ze vanmorgen met haar rugzak haar sneeuwschoenen aandeed.

In het dal is de sneeuw volop aan het wegsmelten. Grote pakken glijden van de daken. We gaan iets drinken in een klein cafeetje bij de kerk en ’s avonds schuiven we de voeten een laatste keer onder tafel in gîte d’étape la Découverte.

Conclusie

Een geslaagde stage in een prachtige streek en in amusant gezelschap. Ik ga er zeker nog eens terug voor het maken van een echte kampeertrekking. Sneeuwhoogtes verschillen van jaar tot jaar maar er is wel sneeuwzekerheid, zeker hogerop in de vallei. Het is een gebied waar kennis van lawinekunde onontbeerlijk is. 

PRAKTISCHE INFO

BEREIKBAARHEID
Vanuit België is het ongeveer 900km rijden naar Névache. Je kan de auto makkelijk kwijt op de parking van de gîte of in het centrum. Vaak wordt de handrem los geplaatst om vastvriezen te vermijden. Als het een lange tijd goed weer is geweest, is de Col de Lauteret open en kan je via Briançon naar Névache rijden. In het andere geval moet je de Fréjut-tunnel nemen in Modane en dan rijdt je via Italië naar Névache.

Ook met het openbaar vervoer kan je hiernaartoe. Ofwel neem je de TGV-Thalys naar Paris Nord en de nachttrein vanuit Paris Austerlitz naar Briançon ofwel een dag-TGV rechtstreeks naar Marseille en daarna een regionale trein naar Briançon. Boeken 3 maand op voorhand. Voor goedkope tickets heb ik de beste ervaringen met de website van de SNCF maar ook via de NMBS kan je tickets boeken.

Vanuit Briançon rijdt er een navette van Résalp naar Névache Ville Haute, wellicht enkel in de vakantieperiodes. Uren zou je tijdens het seizoen hier moeten vinden. Er wordt normaal wel voor aansluiting gezorgd met de treinen. Meer info via telefoon: 0033 (0)492 20 47 50.

OVERNACHTING
Wij overnachten in Gîte d’étape la Découverte in Névache, Refuge du Ricou en Refuge Buffère in half pension. Prijs tussen de €35-40 per persoon. Eten in alle drie de hutten is lekker. Het koppel die de Refuge du Ricou openhoudt is enkel wat nors.
Meer info over andere hutten en overnachtingsplaatsen in Névache en omgeving vind je op deze website.

In Frankrijk kan je wildkamperen maar wie wil, kan makkelijk een huttentocht op sneeuwschoenen maken. Reserveren is in de vakantieperiodes voor sommige hutten wel aan te raden, zeker deze relatief dicht bij de bewoonde wereld. Vergewis je wel of dat de route tussen de hutten geen te grote lawinerisico’s inhouden.

BEWEGWIJZERING
Winterroutes worden niet aangeduid, met uitzondering van de route naar Refuge des Drayères in de Vallée de la Clarée. Een kennis van kaart en kompas is dus onontbeerlijk. Ook GPS is in deze contreien aan te raden voor als het weer tegenzit en je je niet kan veroorloven om fouten te maken.

BEGELEIDING
De tocht werd georganiseerd door Arnaud Dewez, van PasseMontagne (http://www.passemontagne.be. Zijn vriend, Dominique Olbrechts, deed de begeleiding. Onze gids is verantwoordelijk voor het wintergedeelte van de bergwandelgidsen van de Club Alpin Belge, De Waalse tegenhanger van de KBF.

Deelnameprijs was overeengekomen op €335 per persoon in het geval van 6 deelnemers (één iemand is bij ons nog op het einde uitgevallen), dat is voor de begeleidingskosten (inclusief kosten van gids), verzekering, gebruik touw en EHBO. De prijs was exclusief overnachting en transport. Er moest ook zelf voor materiaal gezorgd worden maar er waren enkele sets van sneeuwschoenen beschikbaar.

WEER- EN LAWINEBERICHT
Op de website van Meteo France kan je weerberichten en lawinebulletins opvragen. Kijk onder Montagne > Prévisions > Alpes du Sud > Hautes Alpes voor het weerbericht en bij Montagne > Bulletins > Alpes du Sud > Hautes Alpes voor het lawinebericht.

Het is altijd nuttig om het minstens een week voor je vertrekt al elke dag te bekijken, zo heb je ook wat achtergrond van wat er al is gebeurd voor je er bent. Indien nodig kan je dan al je tocht wat aanpassen in functie van het lawinerisico dat je verwacht. Uiteraard moet je je ook ter plaatse van vergewissen wat de situatie is. Huttenwaarden zijn daarvoor het best geplaatst en kennen vaak gevaarlijke zones.

NOODNUMMER
Het internationale noodnummer is 112. De regio kent een goed GSM-bereik.

BEVOORRADING
Enkel in Névache vind je enkele winkels. Er is een bakkerij in Ville Haute en in het gehuchtje Roubion ook een kruidenierszaak (lager in de vallei van de Clarée op een tweetal kilometer van Ville Haute). In Ville Haute zijn er ook twee bergsportzaken waar wellicht aan brandstof kan geraakt worden en waar ook sneeuwschoenen en veiligheidsmateriaal (lawinebieps, sonde, schop) gehuurd kan worden.

MEER FOTO’S:
Foto’s van Gerlinde Ruttens
Foto’s van Arvid Dujardin

Risicomanagement en Veiligheid bij Winterbergtochten

Clinics lawinekunde en vijfdaagse praktijkstage voor het zelfstandig leren uitvoeren van winterbergtochten

Na jaren van zomertrekkings begon het eind 2006 te kriebelen om ook in de winter in de bergen op stap te gaan. We merkten al snel dat daar heel wat meer komt bij kijken. Opeens moet je bij het uitkiezen van de route rekening gaan houden met het lawinegevaar, heb je zoiets nodig als een lawinebieps, sonde en schop, … Zoiets leer je niet zomaar ‘al doende’ of anders loopt het misschien wel verkeerd af.

In de brochure van 2008 van de Klim- en Bergsportfederatie, de grootste Vlaamse bergsportvereniging, vonden we tussen alle toerskitochten één praktijkstage terug die ook voor ‘gewone’ sneeuwraketwandelaars open stond. Facultatief konden enkele clinics gevolgd worden om al wat kennis over lawinekunde en praktijkervaring met het opzoeken van slachtoffers op te doen.

De voorbereiding

Clinic theorie sneeuw en lawine (3 uur)

Een mix van toerskiërs, off-piste skiërs, en enkele sneeuwschoenwandelaars zit gezellig naast elkaar in het Huis van de Sport in Berchem. Peter Sterkcx, deskundige van dienst, moet ons op korte tijd wat proberen bij te brengen over de winterse gevaren. Heel wat factoren spelen een rol als het op lawinegevaar aankomt: hellingsgraad, sneeuwlagen, weersomstandigheden, belasting door wintersporters, enz. Enkel jodelen kan blijkbaar geen kwaad.

Voorkomen is beter dan genezen. Zo bestaan er verschillende manieren om het risico op lawines in te schatten. Een deel van de oefening gebeurt thuis al, als je de route in elkaar steekt, maar ook ter plekke moeten de juiste beslissingen genomen worden.

Als het zover zou komen, dan heb je best het juiste materiaal bij om hulp te kunnen bieden of … zelf geholpen te worden. Een lawinebieps (alias Arva), een sonde en schop horen tot de basisuitrusting. Met de lawinebieps kan je signalen uitzenden en ontvangen. Op die manier kan je dus op zoek gaan naar een slachtoffer. De sonde gebruik je om, eenmaal het slachtoffer gelokaliseerd is, precies te bepalen waar en hoe diep je moet graven.

Clinic praktijk lawinerescue (3 uur)

Na de theorie komt de praktijk. Onze speeltuin wordt de indoor-skipiste van Komen. De andere bezoekers kijken ons met grote ogen aan als we met zijn allen staan te biepen. Acht Arva’s op zoekstand, om horendol van te worden.

Vooraleer er helemaal in te vliegen, krijgen we nog een theoretische inleiding in de methodes die er bestaan om het lawinerisico in te schatten.

De overlevingskansen van een slachtoffer nemen na een kwartier onder de sneeuw een forse duik. Snel én efficiënt handelen is dus de boodschap. Gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Het summum van de avond is een ‘gecoördineerde’ reddingsoefening, of toch iets dat er op moet lijken. We staan met z’n allen bovenaan de piste en moeten onmiddellijk de zoekactie opstarten. Iedereen kijkt wat verweesd naar elkaar, dus besluit ik het voortouw te nemen. De eerste rij zoekt met de bieps, de tweede rij volgt met de sonde en de schop. Dat was het plan maar al snel loopt iedereen in het wilde weg rond. Uiteindelijk worden alle Arva’s teruggevonden maar niet allemaal binnen de tijd. Ik voel me heel klein.

Ivo en ikzelf stellen ons kandidaat om ons te laten ingraven. Het enthousiasme ebt snel weg eenmaal ik onder de sneeuw lig. Zelfs met 20cm voelt het al beklemmend aan. Geen ledemaat kan ik nog bewegen, het ademen lukt ook moeilijk. En dan beginnen de anderen te sonderen, soms al eens in een gevoelig plekje. Na de bevrijding, zijn we helemaal gesensibiliseerd.

5-daagse praktijkstage

In Chamonix, aan de voet van de Mont Blanc, is de sneeuw ver te bespeuren. Helemaal thuis voelen we ons in dit mondaine skioord niet, als ‘gewone’ bergwandelaar. Gelukkig valt gîte d’étape La Tapia, onze overnachtingsplaats aan de rand van het dorp, wel heel goed mee. Er hangt een huiselijke sfeer en alles is piekfijn in orde.

Dag 1: Kennismaking en oefenen lawinerescue

Met onze gids Luc Aubertin klikt het meteen, een joviale kerel die goed weet hoe met een groep zotte Vlamingen om te gaan. Hij haalt even zijn rugzak leeg en toont wat hij allemaal bij heeft. Snel pakken ook wij onze dagrugzakken in, en gaan meteen op stap.

De vallei van Chamonix

Bij onze eerste tussenstop trachten we aan de hand van het kompas onze positie te bepalen. Trots neem ik mijn gloednieuw spiegelpeilkompas boven. We schieten naar 3 bergtoppen in de buurt en zetten 3 lijnen uit op de kaart. Onze gids wrijft even in het haar als hij ziet dat zijn driehoek ietwat misvormd is. Dan ziet hij dat de declinatie niet juist staat ingesteld. Beschaamd berg ik mijn kompas weer op.

Na een zonnige middagpauze, dalen we af naar le Lavancher. Hier is eindelijk wat sneeuw te vinden en kunnen we volop oefenen we met de lawinebieps, sonde en schop.

Oefenen met lawinebieps, sonde en schop

Met een arsenaal aan verschillende bieps, zien we duidelijk dat ze in de loop van de jaren heel wat zijn geëvolueerd. Waar je vroeger enkel op het geluid kon afgaan, geven de nieuwere modellen nu duidelijk een richting aan en een (relatieve) afstand tot het slachtoffer. Met onze Barryvox Pulse van Mammut kan je zelfs zien hoeveel slachtoffers er precies zijn en eenmaal een slachtoffer gevonden het signaal uitschakelen om naar het volgende op zoek te gaan.

Les Drus

Dag 2: Sneeuwraketwandeling en ijsklimmen op de Mer de Glace

Het nuttige aan het aangename koppelen; waar kan je beter de sneeuwschoenen testen als op de befaamde Mer de Glace. Via de train touristique du Montenvers sporen we naar één van de vele gletsjers die zich tussen de hoge rotspieken van het Mont Blanc-massief naar beneden wurmt. Ook hier trekt de ijsstroom zich door de opwarming van de aarde elk jaar verschillende meters terug.

Mer de Glace

Ingebonden wandelen we naar boven tegen de stroom van skiërs in die via de gletsjer afdalen van de bijna 4000m hoge Aiguille du Midi. We kijken onze ogen uit naar de grootste omgeving. Mistflarden hangen rond de hoogste toppen.

Bij een breuk in de ijskap (serac), maken we kennis met het ijsklimmen. Luc legt een top rope aan zodat we van beneden uit goed kunnen beveiligen. Met een paar stijgijzers en 2 ijspikkels een wand omhoog klimmen; het lijkt simpeler dan het is. Hielen voldoende naar beneden en de pikkel hard de wand in slaan, daar moeten we vooral op letten.

IJsklimmen op de serac

Dag 3: Theorieles lawinekunde en praktijkoefening kaart en kompas

Er lijkt een einde te komen aan het zonnige weer dus beginnen we de dag met een theorieles lawinekunde. De methodes die bestaan om het lawinegevaar goed in te schatten, zitten theoretisch wel goed in elkaar maar op het terrein heb je geen tijd om lange berekeningen te maken. Ze geven wel aan waar je zoal moet opletten en wat het belang van sommige factoren is.

Tegen de middag nemen we de trein naar Le Buet, een dorp hogerop in de vallei. We gespen de sneeuwraketten aan en klimmen naar enkele chalets bij sur le Rocher. De gids laat ons op kompas verderlopen in een bijna loodrechte hoek naar Les Granges. We sturen iemand door de dichte begroeiing voorop als richtpunt en halen die dan telkens weer in. Het riviertje dat als tussenpunt dient, is door de sneeuw bijna onherkenbaar. Pas als we de gids in de buurt opmerken, valt onze frank.

Oriëntatie-oefening

Vanaf hier dient iedereen zelfstandig zijn weg naar Les Granges te vinden. Door het terrein is het moeilijk om op de juiste koers te blijven volgen. Net als Philippe, wijk ik te veel af naar het zuiden en besluit dan maar om via de kaart verder te lopen naar Les Granges.

Dag 4: Tocht naar einde Val Ferret en graven sneeuwhol

Via de Mont Blanc-tunnel reizen we naar Italië voor een tweedaagse tocht in het Val Ferret, aan de zuidzijde van het massief. De gids heeft gehoord dat hier meer sneeuw zou liggen dan in Frankrijk en dus beter terrein voor het maken van een sneeuwhol voor 7 personen. Bij Planpincieux laten we de auto achter en ploeteren door de sneeuw naar La Vachey. Het is zonnig weer en dus is insmeren geen overbodige luxe.

Naar Le Vachey

Om wat beter vooruit te komen, hangen we de sneeuwschoenen terug aan de rugzak en volgen verder de geprepareerde langlaufpiste. Aan het einde van de piste hebben we het rijk voor ons alleen.

De gids kiest een zacht aflopende helling uit en sondeert om te zien hoe diep de sneeuw is. Meer dan 3 meter dik, ideaal. We starten met de ingang waarlangs we dan 2 kamers uitgraven. Frederik speelt de rol van architect en aannemer. We willen niet onderdoen voor zijn gedrevenheid en graven lustig mee. Na 3,5 uur hard labeur, wordt het sneeuwhol goedgekeurd. Geheel afgepeigerd kruip ik al vroeg op de avond mijn slaapzak in terwijl de mannen elkaar verder uitdagen…

Frederik start met de graafwerken van een sneeuwhol

Dag 5: Poging tot beklimming Col de Grand Ferret en terug naar het begin Val Ferret

Na de zotte kuren van Frederik, die zijn ochtend start met een zwempartij in de sneeuw, vatten we onze tocht aan naar Refuge Elena. De bedoeling is om vandaaruit één van de twee nabijgelegen bergpassen te beklimmen.

De verse sneeuw ligt als golven op de hellingen, een teken dat het flink wat gewaaid heeft. Met een uitgedunde groep klimmen we naar Grand Col Ferret, die op het eerste zicht wel een haalbare kaart lijkt. Met sneeuwschoenen een steile helling traverseren, is niet eenvoudig dus kiezen we voor een directissimo. Met de drie tanden schoppen we onze raketten horizontaal de sneeuw in. Dat bijt serieus in de kuiten en ik vraag me af of die mannen achter me nu toch ook een beetje aan het blazen zijn.

Klim door Val Ferret naar Refuge Elena

De zon zorgt ervoor dat de sneeuwcondities snel veranderen. Er zijn al recente sporen van natte lawines dus lijkt het niet wijselijk om verder te gaan naar de col. Als we terug afdalen doen we wat remoefeningen zonder de raketten. In de losse sneeuw een eenvoudige opgave maar op verijsde stukken heel wat moeilijker, zo zien we Arvid enkele tuimelingen maken en tientallen meters lager terechtkomen.

Klim naar Grand Col Ferret met uitzicht op Val Ferret

We lunchen in de winterruimte van de berghut, waar het nog kouder lijkt dan buiten. Bij de afdaling in de vallei zien we opnieuw lawinesporen, dus houden we de pas erin. Bij la Vachey babbelen we nog wat gezellig na bij een Italiaanse koffie en een appelcompote. We kijken terug op een geslaagde winterstage maar het is duidelijk dat lawinekunde geen simpele koek is. Op naar een vervolgstage?

Besluit

De clinics en stage vormen een goede introductie tot het winterbergwandelen en de gevaren die er komen bij kijken. Een meer gevorderde cursus is evenwel noodzakelijk, enerzijds omdat lawinekunde redelijk complex is, anderzijds omdat de intensiteit van de cursus iets te laag lag. De cursus had als doel van de deelnemers zelfstandige bergsporters te maken maar dit lijkt me iets té ambitieus. Je hebt verschillende jaren nodig om voldoende ervaring op te doen.

PRAKTISCHE INFO

Rond oktober komt telkens de nieuwe winterbrochure van de KBF uit. Via hun website is het mogelijk om de stages op te volgen en online in te schrijven voor de cursus.

Er wordt niet elk jaar een cursus voor sneeuwschoeners georganiseerd. Er is blijkbaar iets te weinig interesse hiervoor. Als er voldoende spontane aanmeldingen zijn, dan kan de federatie toch beslissen om alsnog een cursus te organiseren. Geef een seintje aan alex.liebens@klimenbergsportfederatie.be.

Deze cursus werd via Namaste, een Vlaams berggidsenbureau, georganiseerd. Zij kunnen ook een cursus op maat organiseren (voor bijvoorbeeld een groepje van 6).

De prijzen anno 2008:

  • Clinic ‘theorie sneeuw en lawine’: €5
  • Clinic ‘praktijk lawinerescue’: €25 (inclusief materiaal)
  • Stage ‘risicomanagement en veiligheid bij winterbergtochten: €300 (exclusief overnachting (€16 pp. per nacht in gîte d‘étape, self-catering), transport (trein of auto), lokaal transport (lokale trein wel gratis voor logeerders, vraag kaartje aan uitbater) en andere gewone onkosten) 

Om de stages en clinics te kunnen volgen, dien je lid te zijn van de KBF. In het lidmaatschap zitten wel heel wat voordelen o.a. korting in bepaalde bergsportzaken/boekhandels, gedegen bergsportverzekering, …

In 2007, hadden we, voor onze eerste wintertrekking naar de Zwitserse Gruyère , Hubert Beckers gecontacteerd, een ervaren stageleider. Die was bereid om ons op een winterse zondagnamiddag in het zand van de Limburgse Kempen uit te leggen hoe je met de lawinebieps een slachtoffer kan zoeken. Hiervoor betaalden we in totaal €35, onafhankelijk van een aantal deelnemers. Misschien een goed alternatief voor deze die geen week willen of kunnen vrijmaken.

Cursus bergwandelen

Tweedaagse vervolgcursus bergwandelen bij Cap Bohan Trekkingschool

Twee modules van de opleiding tot zelfstandig bergwandelaar bij de Klim- en Bergsportfederatie, worden georganiseerd door Cap Bohan Trekkingschool. Bergwandelen A leert je de basis van het bergwandelen (wandeltechnieken, oriëntatie). Bergwandelen B bouwt daarop voort en gaat dieper in op voeding, oriëntatie en marsplan, survivaltechnieken en touwgebruik. Beide cursussen staan open voor beginnende wandelaars en worden best na elkaar gevolgd. Omdat ik al wat praktijkervaring heb, besloot ik om enkel de tweede module te volgen.

Vrijdagavond: eerste kennismaking

Op weg naar de Bagimont, een gehuchtje in de vallei van de Semois, is er meer dan tijd genoeg om kennis te maken met 3 medecursisten. Met spraakwaterval Geert in de auto, is het geen minuut stil. En ook Serge weet een straf verhaal te verhalen, over sandalen die helemaal op hun eentje op pelgrimstocht zijn vertrokken en nooit meer zijn teruggezien…

We worden meteen verwelkomd door onze minzame gastheer en voortreffelijke kok. Het is genieten geblazen op het terras. Als de volgende lichting aankomt, gaan we het bos in voor een avondwandeling. Mijn vrouwelijk oriëntatievermogen wordt onterecht in vraag gesteld. Machogedrag komt niet alleen op het strand voor…

De avond eindigt aan het kampvuur met een lekker lokaal biertje. Onder het afdak spreiden Frédéric en ik de slaapzak terwijl de anderen de slaapruimtes opzoeken. Met een langzaam aflatende luchtmatras, wordt de nacht niet erg comfortabel.

Ik ruil de slaapruimte binnen in voor een nachtje buiten.

Zaterdag: marsplan, hoogteziekte, vuur maken en noodbivak

Bij het ontbijt komt Geert binnengewandeld, zaakvoerder van de trekkingschool en onze cursusbegeleider dit weekend. We starten in een heus leslokaal waar we een marsplan leren opmaken. Ik moet toegeven dat ik nog nooit accuraat de duurtijd van een etappe had bepaald, en meer een soort inschatting deed op basis van hoogtemeters en afstand. Dus heb ik wel iets bijgeleerd.

Vervolgens wordt diep ingegaan op hoogteziekte, de gevolgen ervan en welke voorzorgsmaatregelen nodig zijn om dit te voorkomen. In de Alpen en Pyreneeën lijkt dit niet echt iets waarmee moet rekening gehouden worden, maar eerder in de steeds populairdere hooggebergten Andes of Himalaya.

Op zoek naar allerlei droog materiaal voor het vuur maken

Na een lekkere lunch op het terras, trekken we de natuur in op zoek naar gedroogde materialen waarmee een kampvuur gemaakt kan worden. Allerlei vormen en formaten zijn nodig om een vuur goed op gang te krijgen en te laten branden. Twijgen, takken en stro worden verzameld. Enkel Jeroen ziet het groter, veel groter en zaagt gedreven enkele oude stammen om. Wat later blijkt hij echt wel een ervaren vuurbouwer te zijn want hij slaagt erin om als eerste het opgespannen koord boven het vuur vlam te doen vatten. Terwijl Karl en ik daar duidelijk geen kaas van gegeten hebben. De kans dat ik het bij een noodbivak zonder vuur zal moeten stellen, is reëel.

Rara, waar is ons vuurtje?

Frédéric, een survival-expert, legt ons de verschillende types noodbivakken uit. En wat heb je daarvoor nodig? Een bos met veel dood materiaal. Elke groepje krijgt een ander hulpmiddel: een zeil, een reddingsdeken of een vuilniszak. Hiermee kunnen we er al deels voor zorgen dat de constructie waterdicht is, of toch tenminste zo lijkt.

Met Jeroen en Geert heb ik twee sterke mannen mee. De samenwerking loopt vlot en een half uur later hebben we een bivakplaats ineengeknutseld tegen een omgevallen boom met dikke takken, naaldtakken en bladeren.

Noodbivak maken

Voor het avondmaal krijgen we nog enkele knopen aangeleerd, die we de volgende dag zullen gebruiken. De achtknoop, de mastworp, de paalsteek…allemaal passeren ze de revue. Een goede herhaling van het eerste jaar klimschool die ik enkele jaren terug gevolgd had. Van klimmen is daarna echter niet veel meer in huis gekomen…

Na het eten oefenen we verder, en dat gaat met een glaasje wijn of bier uiteraard veel vlotter.

Zondag: oriëntatie en touwgebruik

We starten opnieuw binnen met een inleiding in de campingkeuken. Mijn recept voor toerbrood wordt door Geert omgedoopt tot toerbroed, in een poging om West-Vlaams dialect te brabbelen.

Marsplan maken

Na de lunch, vullen we een vragenlijst in die onze kennis test die we tijdens de twee bergwandelcursussen zouden moeten opgedaan hebben. Een goede oefening zo blijkt. Ook voor ervaren trekkers, zijn niet alle vragen voor de handliggend.

Daarna rijden we naar Bohan-sur-Semois waar ons een pittige klim via de GRAE naar een uitzichtspunt staat te wachten. Frederic zet de toon, en in zijn kielzog volgen Ivan, Bruno en Jeroen. Ik probeer aan te klampen maar halverwege moet ik afhaken. Die extra kilootjes zou ik er toch voor mijn eerstvolgende trektocht moeten afkrijgen…

Semoisvallei

Op de heuveltop hebben we een mooi uitzicht over de Semoisvallei en het toeristische Bohan. Met het spiegelpeilkompas schieten we enkele markante punten in het landschappen en bepalen hun positie op de kaart.

Geert toont ons verschillende technieken waarmee je iemand kan beveiligen als iemand in de groep zich bijvoorbeeld onzeker voelt. Hiervoor heb je een randonnéetouw nodig van 30m lang, enkele musketons en een bandsling. Je gaat hier uiteraard niet mee aan de slag op echte klimroutes, maar ook wandelpaden kunnen al eens uitdagend zijn. In de praktijk wordt zo’n touw zelden meegenomen tenzij men vooraf weet dat er moeilijke passages zijn én met een groep met minder ervaren stappers op weg gaat. Frédéric toont ons ook nog hoe we een geïmproviseerd harnas kunnen maken met een stuk touw, een beetje lijkend op het model van een klimgordel.

Touwtechnieken voor wandelaars

Met de pas geleerde technieken, dalen we terug af. Geert escorteert me en is maar wat blij de ‘touwtjes’ in handen te hebben. Heelhuids geraakt iedereen beneden…op een deugddoend terrasje.

Conclusie

Over het algemeen was het een leuk weekend die me zeker wat heeft bijgebracht. Zeer nuttig was het leren gebruiken van een touw bij bergwandeltochten. Ook het maken van vuur en een noodbivak was een leuke introductie tot de ‘survivalwereld’. Geert is een vlotte kerel met héél wat hikingervaring op zak, in verschillende uithoeken van de wereld.

PRAKTISCHE INFO

Beide modules (Bergwandelen A en B) worden op verschillende tijdstippen per jaar door Cap Bohan Trekkingsschool georganiseerd. Via het lidmaatschap van de Klim- en Bergsportfederatie krijg je ook wat korting.

Bagimont is niet bereikbaar met het openbaar vervoer. Het dichtsbijzijnde station is Gedinne. Eventueel kan een andere deelnemer of Geert zelf je komen ophalen. Het is een prachtige wandelstreek dus een cursus koppelen aan een wandeltocht is aan te raden. 

Volgens mij zou het nuttiger zijn om minder onderwerpen te zien maar zo meer tijd te hebben om in de diepte te gaan. Aan sommige onderdelen werd veel tijd besteed vb. noodbivak en touwgebruik. Andere onderwerpen werden iets te snel behandeld naar mijn mening vb. campingkeuken en maaltijdplanning. Twee zaken kwamen helemaal niet aan bod nl. valtechnieken en meteorologie.

Cursus touwgebruik en veiligheid

Een doe-cursus in het hartje van de Ardennen

Wie denkt dat touwen enkel in alpinisme of rotsklimmen gebruikt worden, heeft het mis. Er bestaat ook zoiets als een ‘randotouw’. Wie een ervaren bergwandelaar is, laat dat extra gewicht liever thuis. Als je met iemand op stap bent die minder tredzeker is of als je delicatere passages op een iets veiligere manier wil nemen, dan kan zo’n touw echt handig zijn. Het is een te kennen onderdeel voor de ingangsproeven tot initiator bergwandelen, dus schreef ik meteen in voor de module die de Klim- en Bergsportfederatie in de herfst van 2008 organiseerde. Geen lesbankgedoe maar recht de natuur in, was het motto.

De eerste straffe verhalen

De kennismaking met de andere deelnemers is meteen boeiend. Iedereen heeft zo wel zijn eigen reden om deel te nemen: ze willen met de kinderen op stap gaan in de bergen, delicate passages op een veilige(re) manier kunnen nemen, minder domme stoten uithalen… De eerste straffe verhalen worden uitgewisseld. Ook bij bergwandelaars blijkt er soms enig geluk bij gemoeid om het achteraf nog te kunnen navertellen. Deze cursus gaat dan ook ruimer dan enkel touwgebruik en er wordt ook aandacht besteed aan veiligheid in het algemeen.

Speelterrein op en rond de Rocher du Hérou aan de Ourthe

We rijden van de jeugdherberg van Champlon richting de Rocher du Hérou. Wie ooit eens de GR57 tussen La Roche en Gouvy afstapte, zal zich deze plaats zonder twijfel herinneren. De imposante leistenen rots steekt tientallen meter uit boven de beboste Ourthe. Het uitzicht over de Ourthe is zondermeer prachtig. De eerste herfstkleuren treden in. Ik krijg zowaar zin om er op uit te trekken, maar de cursusplicht roept. Dit grillige landschap is ideaal om touwtechnieken uit te proberen.

Omdat vertrouwen in de bergen erg belangrijk is, is de eerste opdracht meteen een uitdaging. We worden in groepjes van twee verdeeld waarbij één iemand geblinddoekt wordt. De andere leidt hem of haar over nauwe en rotsige paadjes.

Arnaud heeft tekst en uitleg over de eerste techniek: short-roping. Ik mag meteen als proefkonijn aantreden. Het is een simpele techniek waarbij je met een gestoken achtknoop aan een touw wordt gebonden, die de begeleider strak houdt. Glijd je uit, dan kan de begeleider je val meteen blokkeren. Echt comfortabel is zo’n touw rond je middel niet, dus past Arnaud het concept wat aan door het touw ook over de schouder te leggen. We proberen het uit op de zeer steile afdaling naar de oevers van de Ourthe.

Gerlinde houdt heel graag de touwtjes in handen

We lopen stroomopwaarts langs het water tot een moeilijkere rotsachtige passage. Arnaud geeft aan hoe hij de veiligheid kan verhogen door tussen de ‘cliënt’ en het ‘gevaar’, hier het water te staan. Hij houdt zijn handen klaar om in te grijpen.

Arnaud staat tussen het gevaar en de klant

Na een forse klim terug omhoog, opnieuw via short-roping, staan we op een zadel. Hier proberen we verschillende technieken uit om te rappelen, de ene al wat comfortabeler dan de andere. Niet uit te proberen op echte (vertikale) rotsen want echte zekerheid is er niet.

Rappelen

Wat verder, zitten we toch op de grens tussen wandelen en klimmen. Op een behaakte klimroute, wordt het touw geïnstalleerd. Je kunt je er gewoon aan optrekken of laten zakken, maar er is toch nog heel wat voorzichtigheid nodig. Waar mogelijk combineren we het met een short-rope.

Tussen wandelen en rotsklimmen

Scoubidou

Vandaag toont de herfst zich van de natte kant, en dat maakt de rotsen dus wat glad. We mogen zelf wat rappeltechnieken ontwikkelen. Enkele creaties: met de bandsling en een musketon kan een zitgordel gemaakt worden, of via een halve mastworp iemand laten afdalen, … Eén voor één worden ze bekeken en gekeurd. Arnaud houdt het liever eenvoudig en gaat voor de S-techniek. Wel pijnlijk voor de rechterbil waar het touw schuurt.

De S-techniek om af te dalen

Wat verder komt een nieuwe beveiligingstechniek aan de beurt. Bij het traverseren moet er voor gezorgd worden dat het touw waarmee twee personen aan elkaar zijn vastgemaakt achter een hoger ‘vast punt’ zoals een stuk rots steekt, zodat als één valt dat de andere de val kan opvangen. Eén voor één wordt de passage genomen. De laatste geeft touw bij en daarna haalt de eerste terug in.

Dan komen de evacuatietechnieken aan de beurt, om een slachtoffer naar veiligere oorden te brengen. Een bekende techniek is de brandweergreep. Ik probeer die bij Gerlinde uit, dat valt tegen. Met een gewicht op mijn schouders die vergelijkbaar is met mijn lichaamsgewicht, zou ik het niet ver halen.

Ik pas de brandweergreep toe op Gerlinde

De ‘zetelsystemen’ zijn toch meer aangewezen. Het best wordt het gewicht verdeeld over twee personen. Ofwel wordt een zitje met de armen gevormd, maar nog handiger is je rugzak gebruiken als steun en een wandelstok of touw als zit. De testwinnaar wordt door Steven en Katrin bedacht: elk draagt een bandsling gekruist rond de middel en het bovenlichaam, daaraan wordt een musketon geklikt. Tussen de twee musketons wordt een derde bandsling dubbelgevouwen gehangen. Zowel voor de dragers als het slachtoffer blijkt het comfortabel, een ook nog te combineren met een rugzak. ’t Heeft meteen een plaatsje verdient in de cursus van Arnaud.

De zeteltechniek is een stuk comfortabeler.

Wat hogerop wordt opnieuw een rappeltechniek geleerd, waarbij met hetzelfde touw een prusikknoop wordt gemaakt (Poolse knoop). Daarna toont Arnaud dat hij wat kan goochelen: de scoubidou is niet de officiële naam maar via die techniek kan je wel afdalen en je touw gemakkelijk recupereren. Eigenlijk komt er geen knoop aan te pas maar wordt het touw gevlochten. Belangrijk is dat je het juiste uiteinde gebruikt om te rappelen…

Scoubidou-knoop

Via een vast touw dalen we terug de steile helling af. Tijd voor wat waterpret. De Ourthe doorwaden zonder stokken is op de soms gladde stenen niet zo eenvoudig maar het water staat gelukkig maar maximum kniehoog. We zoeken de stroming op om het doorwaden in groepjes te oefenen. Een snelstromende rivier steek je namelijk beter niet alleen over. We nemen elkaar vast bij de ellebogen. Tot slot, illustreert Arnaud dat je ook vanop de oever iemand kan beveiligen via een halve mastworp.

Doorwaden van de Ourthe

Conclusie

Een bijzonder interessante en praktische cursus gegeven door een uitstekende lesgever. Er wordt tijd gegeven om zelf zaken te bedenken en uit te proberen.

PRAKTISCHE INFO

Wanneer de cursus ‘touwgebruik en veiligheid’ nog eens wordt opgenomen in het programma van de Klim- en Bergsportfederatie is een groot vraagteken. 
Arnaud Dewez is een sympathieke kerel, tweetalig en uitstekend lesgever. Hij heeft zijn eigen buitensportbureau opgericht: PasseMontagne.

Andere sfeerbeelden en -tekst:
Verslag van Steven & Hanne
Fotoalbum van Gerlinde Ruttens