Stubaier Höhenweg

Pittige 7-daagse huttentocht in de Stubaier Alpen

In Oostenrijk deden Ivo en zijn ouders ruim 20 jaar geleden de bergmicrobe op. Tijd om het land van schnitzels, sauerkraut en kaizerschmarren terug een bezoekje te brengen. Als dank voor hun vele werk tijdens onze verbouwingen nodigden we de straffe vijftigers uit voor een pittige huttentocht.

De Stubaier Höhenweg staat bekend als een technische tocht die als een hoefijzer het Stubaital omsluit. Een parcours voor ervaren bergwandelaars, die hutten op geregelde afstand vinden en nog enkele via ferrata’s onderweg kunnen meepikken. Op de achtergrond liggen tal van gletsjers. Bivakkeren is ook mogelijk, al liggen de plekjes er niet voor het rapen. Tredzekerheid in moeilijk terrein is een must.

De eerste blaren
Aantal wandeluren: 5u
Hoogtemeters: 1400m stijgen en 800m dalen

Vanuit Neustift vertrekken we in wijzerszin langsheen de höhenweg. Er zijn diverse opties voor de eerste dag. We kiezen voor de meest aantrekkelijke route: de lift richting de Elferhütte, daarna stijgen richting de gelijknamige Elferspitze om dan via de Zwölfenieder en Gratzengrüb af te dalen naar de Karalm waar we de laatste klim naar de Innsbrücker Hutte aanvangen.

De Elferhütte en het Stubaital

Het is zonnig en warm. Onze benen verademen als we de broekspijpen afritsen. We genieten volop van het zicht op de U-vormige valleien en de imposante bergen. Ivo waant zich Eddy Wally: “Waaw, ik ben op locatie in het Stubaital. Die bergen, geweldig, super! Die zon, fantastisch!”

Op weg naar de Elferspitze

De eerste blaren worden gevormd door de stroeve zolen van de D-schoenen. Minder comfortabel om te wandelen maar, denken we, handiger bij het klettersteigen. Een halve liter schiwasser is bijzonder welkom op het zonnige terras van de Karalm. De laatste klim richting de Pinnisjoch kruipt in de benen.

Via de Zwölfenieder en Gratzengrüb afdalen naar de Karalm

Na een behoorlijke eerste etappe, klotst het Weissbier vlot naar binnen. Na enkele spelletjes wiezen, hebben Ivo en ik snel door dat we ons best gaan mogen doen om deze week niet onder tafel gespeeld te worden.

Afdalen naar de Karalm

Mer de nuages
Aantal wandeluren: 6,5u
Hoogtemeters: 850m stijgen en 800m dalen, ligt iets lager als je de klettersteig neemt op het einde van de etappe

Een sober ontbijt van yoghurt met een bodempje muesli en een bak koffie vult net de magen. We vangen aan in de mist, maar na enkele honderden klimmeters kunnen we even uitkijken over een woelige wolkenzee. Mistige bergkammen duiken op aan de horizon. Als het panoramapad weer naar beneden duikt en lager de grillige bergflank volgt, zitten we terug in de erwtensoep. Enkele zeldzame tegenliggers duiken als mysterieuze schimmen op. Ze verdwijnen al even snel terug in het decors. Dauwdruppels hangen als parelsnoeren aan de lange grasstengels.

Een wolkenzee

Af en toe helpen treden en kettingen ons over technische passages heen. Enkele gedenktekens en zelfs een foto van een gehavend gezicht manen aan tot voorzichtigheid. Als Martine enkele koprollen maakt en een tiental meters lager op het zigzaggende pad terug neerkomt, worden we met onze neus op de feiten gedrukt.

Eén van de verschillende technische passages

Pas in de late namiddag begint het wolkendek open te scheuren. Bij de laatste splitsing splitsen onze wegen even. Martine en Willy dalen verder af en krijgen daarna een pittige klim naar de berghut voorgeschoteld. Wij nemen de hoge route naar de Bremer Hütte, waarvan het laatste stuk een korte klettersteig is. Het pad stijgt verder richting de Lautersee en snijdt de rotsige flank aan net onder de hut. De talloze treden zorgen ervoor dat de korte via ferrata eenvoudig blijft.

Een kort stukje (optionele) klettersteig nabij de Bremer hütte

We zijn ruim op tijd binnen en doen ons op het terras te goed aan een ruime portie kaiserschmarren. Dat bekopen we ’s avonds als we een bord met 2 grote knödels, een berg zuurkool en twee serieuze lappen varkensvlees voor de neus gezet krijgen. Onze maag ligt compleet ondersteboven.

Een groot bord Kaizerschmarren

Mijn eerste via ferrata
Aantal wandeluren: 7u
Hoogtemeters: 1000m stijgen en 1250m dalen

Het is volledig uitgeklaard. De ochtendzon werpt een warme gloed over de bergen. Voor het eerst lijken de gletsjers zo dichtbij. Een pittige klim leidt ons naar Simmingjöchl. Via kabels trekken we ons omhoog over de gekantelde kalksteenplaten.

Klim naar Simmingjöchl

Na een tussenstop in de Nurnberger Hütte zetten we verder koers naar de Sulzenau Hütte over een wandeldroomparcours. Een blokkenterrein en enkele staalkabels leiden ons naar de Niederl bergkam. Een koppel daalt hier op kousenvoeten af, duidelijk niet op hun plaats in dit ruwe terrein.

Uitzicht vanop de Simmingjöchl

Vanaf de gelijknamige berg op de grens met Italië, duikt de Wilder Freiger Ferner abrupt de diepte in. De groenblauwe Grünausee wordt afgedamd door een lange zijmorene van de gletsjer. Het is er best druk, heel wat dagjesmensen klimmen vanuit de vallei naar het meer. We lopen verder over een morenerug omlaag richting de Sulzenauhütte.

Wilder Freiger Ferner

Onze vroege start zorgt ervoor dat we alweer enkele uurtjes tijd over hebben voor het avondmaal. We pikken nog een klettersteig mee die deels bovenlangs maar ook in de kloof van de bulderende Sulzaubach is aangelegd. Bijzonder indrukwekkend, en enkele stukken zijn best technisch.

De klettersteig eindigt met een laatste bangelijke passage over de rivierkloof

Af en toe zetten we het verstand op nul als een sprong gewaagd moet worden over het wassende water. Dankzij onze bergtochten heb ik mijn hoogtevrees grotendeels overwonnen, maar van zodra het echt technisch wordt, komt de onzekerheid terug. Ik durf niet meteen met gestrekte armen aan de kabel te hangen en voeten tegen de wand te plaatsen. Ik sla een afdalend stukje over maar krijg spijt. Na het avondmaal vergezelt Martine me nog eens voor een tweede poging. Dankzij haar aanwijzingen lukt het deze keer wel. Al voel ik me nog soms erg onrustig, waardoor ik enkele keren vergeet mijn setje over te pikken. Alweer een grens verlegd.

De ratio en het hart
Aantal wandeluren: 3u, ‘s morgens naar Aussichtspunkt Hundsheim gestapt en terug (+ 3 uur)
Hoogtemeters: 500m stijgen en 400m dalen (+ 630m stijgen en 630m dalen)

Met slechts een halve etappe op het programma, besluiten we een poging te wagen de Aperer Freiger te beklimmen, een drieduizender temidden de gletsjers maar via paden en een rotsige graat door wandelaars te bereiken. De Lübecker Weg leidt ons langsheen het Blaue Lacke, ontstaan door het afsmelten van de Sulzenauferner die zich intussen al veel dieper in de vallei heeft teruggetrokken. De sporen van het grijze puin tegen de bergflanken zijn tekenend.

Sulzenauferner

Na het Aussichtspunkt Hundsheim begint het weer te kantelen. Wolken komen nu snel opzetten vanuit het zuiden. Het verhoopte uitzicht over de Wilder Pfaff en Zückerhutl, de hoogste toppen van de streek, zit er duidelijk niet meer in. Omdat we vrezen voor mist en regen op de top van de Aperer Freiger en een riskante afdaling over granieten rotsblokken, keren we met tegenzin terug naar de Sulzenauhut. Geregeld kijken we nog eens over onze schouder heen naar de bergtop. Verstand en gevoel zijn soms moeilijk te verzoenen.

Richting Aperer Freiger

Als we terug zijn, begint het al te druppelen. De meeste hikers kiezen voor het pad dat de rivier volgt richting de Sulzenauferner om daarna te stijgen naar de Beiljoch. Wij houden het bij de traditionele route langsheen de bergflank, iets technischer maar wel met een mooi uitzicht over het kronkelende smeltwater van de gletsjers. Intussen begint onder onze laag regenkledij het zweet ook al serieus te meanderen. Van het ademvermogen van ons technisch gerief is weinig te merken.

De geiten nabij de berghut liggen ons gemoedelijk aan te kijken

Op de col staan honderden steenmannetjes bijna tegen elkaar aan geschurkt. Iemand heeft zich duidelijk flink geamuseerd. Meerdere wolkenlagen omsluiten het landschap. Behoedzaam dalen we af door rotsblokken en puin. De Dresdnerhütte is een waar berghotel. Het is er gelukkig rustig en we laten ons de luxe in dit grauwe donkere weer welbevallen. Gratis warme douches en tapijt in de kamers, wat kan een mens nog meer wensen.

Klim naar de Beiljoch met de Sulzenauferner op de achtergrond

Willy en Ivo hebben nog wat ‘poer’ over en wagen zich aan de klettersteig naar de Egesengrat, goed voor 230 hoogtemeters en categorie C met twee stukjes D. Voor de meer geoefende klettersteigers dus. Na een tweetal uurtjes verschijnen ze bezweet terug. Na het aanhoren van hun ervaringen, zien Martine en mezelf dit ook wel zitten, morgenvroeg als aanvang van de volgende etappe.

Steile afdaling naar de luxueuze Dresdner Hütte

De aanhouder wint
Aantal wandeluren: 6u (door te starten met de via ferrata naar de Egesengrat hebben we er zeker 1u tot 1,5u langer over gedaan)
Hoogtemeters: 850m stijgen en 900m dalen

Dromen van kabels, treden en afgronden, het valt niet te ontkennen dat er bij mij wat spanning leeft. Na zo’n rusteloze nacht ben ik niet erg uitgeslapen, maar de adrenaline zorgt voor de nodige energie. Na een copieus ontbijt, trekken we de hele klettersteiguitrusting aan: klimgordel, klettersteigset, handschoentjes zonder vingers en klimhelm. Ook nog een lange bandschling en musketon hangen we aan de gordel, mocht het nodig zijn om even uit te rusten. Onze ventjes hebben beloofd onze rugzak mee te nemen naar de top van de Egesengrat waar we samen verder trekken richting de Neue Regensburger Hütte. Intussen is de mist verdwenen en valt er opnieuw van de omgeving te genieten.

De klettersteig over de Egesengrat gaat steil omhoog

Martine gaat voorop. Ze is duidelijk geboren met de nodige portie durf. Als mid-veertiger wist ze haar man te overtuigen om te leren rotskimmen en enkele jaren later om een hooggebergtecursus te volgen. Geduldig geeft ze me duidelijke instructies bij de moeilijke passages. Terugkeren is hier geen optie, dus volg ik gehoorzamend. Ik laat mezelf geen ruimte om in paniek te slaan.

We kruipen omhoog door een smalle spleet.

Soms zijn de stappen erg groot, en geregeld is het dus optrekken of duwen met volle kracht. Een tikkeltje opgelucht bereik ik de top van de Egesengrat. Snel pakken we de rugzakken in voor de rest van de etappe.

Terug afdalen naar de Stubaier Höhenweg

We dalen af langs een brede grintweg. Een groepje mountainbikers zwoegen er omhoog. Wat later is het wandelspoor opnieuw twee bergschoenen breed. Gestaag gaat het bergop langsheen de bergflank. Aan de horizon verschijnt een keten van rotsige toppen en spaltige gletsjers.

De helling traverseren richting de Grawaggruabennieder.

De laatste meters naar de Grawaggruabennieder pijnigen de kuiten. Vanop de col zien we waarom dit als de sleuteletappe beschouwd wordt. We kijken uit over een vallei vol grijze en roestkleurige blokken. De steile afdaling over los puin en grint op een bedje van gletsjerijs is doenbaar voor ervaren stappers. We vrezen echter voor onze achterliggers die al stap voor stap schuifelen over een eenvoudig blokkenterrein.

De pittige afdaling naar de Falbesoner See

Nabij de Falbesoner See is er opnieuw een uitgetreden pad. In de verte duikt de Neue Regensburger Hütte op aan de rand van de vlakke Hochmoos. Na het zoveelste laatste bultje komen we eindelijk aan de hut waar we de laatste zonnestralen opvangen op het terras.

Neue Regensburger Hütte

Schiwasser
Aantal wandeluren: 9u
Hoogtemeters: 1030m stijgen en 1090m dalen

Onder een wolkenloze hemel klimmen we in alle vroegte naar de Schrimmennieder.

Terugblik naar de Grawaggruabennieder

In de Platzengrübe laat een bergkoe zich zowaar aaien. Na een lange traversée bereiken we nog voor de middag de Franz-Senn-Hütte waar we ons schiwasserreservoir opnieuw aanvullen. Morgen wordt slecht weer aangekondigd dus beslissen we om door te gaan naar de Starkenburger Hütte. Na een mobiel belletje is onze reservatie geregeld.

Naar de Starkenburger Hütte

In een bakkende zon gaat het terug langzaam bergop. De Seducker Hochalm komt als geroepen. Een oude man baat er zijn almhutje uit. We klinken met schiwasser gevulde bierglazen.

Bijtanken aan de Seducker Hochalm

De witte rotsen van de Schlicker Seepitze doen terugdenken aan het pre-Alpentijdperk toen dode schaal- en schelpdieren neerdaalden op de bodem van de zee en door druk van bovenliggende lagen kalksteen gevormd werd.

De laatste loodjes

Het is heerlijk om ’s avonds nog onderweg te zijn. De zon zakt stilaan dieper en een indringende rust daalt neer over de bergen.

Terug in de beschaving
Aantal wandeluren: 2u
Hoogtemeters: 0m stijgen en 1240m dalen

Tussen de lorken en groene almen dalen we in een tweetal uurtjes af naar Neustift. Niet veel later zitten we terug in de auto op weg naar Innsbrück. Op naar de Dolomieten!

Terug bij Neustift

Conclusie

Mooie tocht met gevarieerde landschappen en een technisch parcours. De berghutten in Oostenrijk zijn comfortabel. Bivakkerend zou het nog leuker geweest zijn maar ook een tikkeltje zwaar.

Meer beelden in dit fotoalbum.


PRAKTISCHE INFO

BEREIKBAARHEID
We reisden met de auto naar het Stubaital. Toch goed voor een kleine 1000km vanuit Gent en minstens 10u reistijd. We stonden in de file bij het binnenrijden van Oostenrijk. Je dient ook een vignet te kopen om op de autostrade van Oostenrijk te rijden en je betaalt toegang tot de vallei van Neustift. Parkeren kan gratis achter het bureau voor toerisme (op de parking in de straat genaamd ‘Gebührenfrei’).
Je kan ook met de trein richting Innsbrück rijden en daar de Stubaitalbus nemen naar Neustift. Busuren vind je op http://www.ivb.at/.

KAARTEN

Alpenvereinskarte:

  • 31/3 Brennerberge (1:50.000)
  • 31/1 Stubaier Alpen – Hochstubai (1:25.000)
  • 31/5 Innsbruck (1:50.000)

ROUTE & BEWEGWIJZERING
De route is bewegwijzerd met verf. Afhankelijk van de moeilijkheidsgraad gaat het om een witte streep tussen twee rode strepen of een witte streep tussen twee zwarte strepen. Zwart is het moeilijkst, rood wat minder moeilijk. Er staat bij elke splitsing wel een wegwijzer. En er zijn soms ook nog steenmannetjes op blokkenterrein. Kaart en kompas moeten dus voldoende zijn om je weg te vinden, ook bij slecht weer.

Hieronder vind je het parcours dat wij aflegden.

OVERNACHTING
In Neustift verbleven we op de verzorgde camping Stubai: http://www.campingstubai.at/.

Op de höhenweg sliepen we in hutten. Je reserveert voor alle zekerheid best op voorhand. Zowat het hele zomerseizoen (tot in september toe) is het redelijk druk.
Onze hutten:

Voor tarieven kijk je best de sites na (klik hierboven op de naam van de hut). Je kan kiezen voor kamers of slaapzaal, en ter plaatse tussen half pension of eten van de kaart.

Lidmaatschap van een bergsportfederatie (in Vlaanderen: Klim- en Bergsportfederatie is absoluut aan te raden. Je slaapt aan de helft van de prijs van een niet-lid en zelfs op sommige dranken en voeding krijg je korting. Ook qua verzekering is lidmaatschap aangewezen (o.a. gratis helikopterredding in geval van nood).

VIA FERRATA
De via’s zijn optioneel. Ideaal als je wat tijd over hebt bij de hut en niet te veel last hebt van hoogtevrees. Klettersteiguitrusting is onontbeerlijk:

  • Twee-armige klettersteigbeveiliging met musketons (let op rekbare armen en het gemak van in- en uitklikken)
  • Zitgordel
  • Helm
  • Handschoentjes zonder vingers (handig om je handen te beschermen bij ruwere kabels)
  • Lange bandschling en musketon (om ergens te rusten indien nodig)

Ga voor deze uitrusting zeker te rade bij een goede buitensportzaak die je over de aankoop kan adviseren. Je kan ook een klettersteigset huren in buitensportzaken. Let op met het lenen van oud materiaal van andere bergsporters dat misschien niet meer veilig is!

Meer info over de via-ferrata op de site van het Stubaital.

BEVOORRADING
In Neustift vind je alle voorzieningen. Langs de route kom je enkel berghutten en enkele almen tegen. Je kan overal ter plaatse eten en drinken.
Je mag uitgaan van 3,5 euro voor een halve liter schiwasser (water met grenadine) en 4,5 euro voor Weissbier.

ANDERE OPTIES
Je kan perfect kortere meerdaagse tochten organiseren. De Stubaibus rijdt tot diep in de vallei, laatste punt is de Mutterbergalm. Op die manier kan je dus inpikken of uitpikken op de route. Behalve de naaste omgeving van de Dresdner Hütte (in de winter skipistes) is elk stuk van de höhenweg de moeite waard. Het eerste deel (tussen de Elfer Hütte en de Dresdner Hütte) gaat wat meer op en neer en is over het algemeen wat technischer. Het tweede deel (tussen de Dresdner Hütte en Starkenburger Hütte) gaat vaak over panoramapaden.

4 Comments

Add yours →

  1. Anne Van den berge 3 juni 2015 — 19:10

    Hallo Debby,
    Kan je alle wandelingen ook doen zonder klettersteig uitrusting? door een eenvoudigere route te nemen bijvoorbeeld.

    Anne

  2. Is het mogelijk deze huttentocht te wandelen zonder klettersteig uitrusting? Ik zie op verschillende websites foto’s waar dit absoluut nodig is, maar ik weet niet of er altijd een alternatieve weg is.

    • Simon,

      Op de ‘klassieke’ route zitten geen via ferrata’s en hoef je dus géén extra uitrusting mee te nemen. Wij hebben gewoon enkele extra’s gedaan (een alternatieve route of klettersteigs die net naast het parcours waren). Als je graag zo’n via ferrata eens wilt doen, is veiligheidsmateriaal onontbeerlijk.

  3. Mooie beschrijving van een route die wij voor 2017 gepland hebben. Op de klettersteigs gaan we ons nog even beraden…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: